Niet overal tegelijk: zo kiest SBaB waar de vernieuwde werkgeversaanpak begint
De spits in de Metropoolregio Amsterdam loopt structureel vast, en met nieuwe infrastructuur alleen is dat niet op te lossen. Werkgevers zijn een belangrijke hefboom: zij bepalen via roosters, werkafspraken en mobiliteitsregelingen wanneer en hoe hun medewerkers reizen. SBaB vernieuwt daarom haar werkgeversaanpak. Bijstelling ontwikkelde het datafundament dat zichtbaar maakt waar de vernieuwde werkgeversaanpak het meeste effect kan hebben. Het vormt ook de basis voor de monitoring en evaluatie van de aanpak.
Van brede naar gerichte aanpak
De vorige werkgeversaanpak was een regio-brede aanpak waarbij er weinig zicht was op de doelmatigheid van de inspanningen. De nieuwe aanpak bouwt een netwerk opnieuw op, in vier jaar en met een beperkt budget. Dat vraagt om scherpe keuzes: we beginnen waar de potentie voor blijvende verandering het grootst is.
Een formule voor blijvende verandering
SBaB hanteert daarvoor de formule:
V = U x E x I
Verandering ontstaat als er urgentie is (een gevoelde noodzaak), energie voor actie (motivatie en middelen bij werkgevers en gebiedspartners) en impact (het potentiële effect op de opgave).
De formule is een denkmodel. De kracht zit in het vermenigvuldigen: ontbreekt één factor, dan blijft de verandering uit. Een gebied met veel potentie maar zonder energie levert weinig op, en enthousiasme zonder potentie evenmin.
In de eerste fase is bewust gekozen om te prioriteren op energie en potentie. SBaB wees gebieden aan waar energie aanwezig is, en voor die gebieden heeft Bijstelling de potentie berekend. De komende periode wordt urgentie toegevoegd. Dat gebeurt door de gebieden te koppelen aan de tien drukste corridors uit het landelijke programma Spitsspreiden en Mijden en aan de hinderopgaven in de regio.
Potentie per gebied zichtbaar
Het datafundament combineert KvK-gegevens van ruim 3.400 werkgevers met meer dan 50 medewerkers in Noord-Holland en Flevoland met verkeersdata uit het NRM West, ontsloten via de MOVE Meter. Per gebied is berekend hoeveel werknemers buiten de spits kunnen reizen of hybride kunnen werken. Ook is berekend hoeveel korte autoritten zich lenen voor de fiets.
Zo heeft Hilversum veel potentie voor spreiden per werkgever, ligt in Almere de kans vooral bij de fiets en leent de compacte Waarderpolder zich voor een collectieve aanpak met het parkmanagement. De berekende potentie is een bovengrens. Ze laat zien wat mogelijk is, niet wat zeker wordt bereikt.
Door de genoemde data te koppelen weten we ook welke bedrijven impact kunnen maken op specifieke corridors of gebieden. Zo is het datafundament zeer behulpzaam bij het kiezen van doelmatige gebieden maar ook bijvoorbeeld bij het uitwerken van een hinderaanpak.
Van data naar gedrag
Het datafundament vormt de eerste stap uit het stappenplan voor structurele gedragsverandering van Bijstelling. In de fase Ontwikkelen draait het om een scherpe gedragsopgave, gebaseerd op data en kennis van de doelgroep. Daarna volgen bereiken, oefenen, volhouden en internaliseren. Wie in de eerste stap de verkeerde gebieden kiest, verliest in alle volgende stappen rendement.
Een levend fundament
Het datafundament wordt periodiek geactualiseerd en is verbonden met de monitoring en evaluatie van de aanpak. Nieuwe gebieden met energie worden toegevoegd, en met de MOVE Meter kan SBaB de analyses zelf herhalen. Prioriteren wordt zo een doorlopend gesprek in plaats van een eenmalige keuze.
Wilt u weten hoe een vergelijkbare aanpak in uw regio kan werken? Neem contact op met Thijmen van Os via thijmen@bijstelling.nl.